Stormen in Nederland en België krijgen namen. Het gaat om de stormen die vallen onder code oranje en code rood van het weerwaarschuwingssysteem. Dat moet het publiek bewuster maken van de gevaren van stormen, meldt het KNMI. Wel gebruikt Nederland een andere lijst dan België. Echter: als een storm eenmaal een naam heeft, dan blijft die naam behouden, ook als die de grens oversteekt.

Samen met de Britten
Het Europese samenwerkingsverband van weerdiensten Eumetnet bestaat uit twee groepen die al namen geven: West en Zuid. Nederland trekt vanaf komend stormseizoen op met de regio West, waarin ook het Britse Met Office en het Ierse Met Éireannzitten. Die geven stormen al langer namen.

Stormen krijgen mannen- en vrouwennamen. De Q, U, X, Y en Z worden niet gebruikt, om te voldoen aan internationale afspraken over weernamen. Nederland heeft de namen Francis, Gerda, Iris, Jan, Kitty, Olivia, Piet en Samier ingebracht voor de regio West. Jan refereert aan de eerste weerman op radio en tv, Jan Pelleboer, en aan schrijver Jan Buisman. Kitty verwijst naar Kittie Koperberg, de joodse medewerkster van het KNMI die in de Tweede Wereldoorlog omkwam.

Liever zuidelijk
België krijgt ook stormen met namen, maar sluit zich daarvoor aan bij de weerdiensten van Portugal, Spanje en Frankrijk, die de regio Zuid vormen. Bij de VRT zegt de Belgische weerdienst KMI dat België kiest voor de zuidelijke landen, omdat België meer talen heeft, en zich minder met het Engels verbonden voelt dan Nederland.

Het land dat als eerste een code oranje of rood geeft mag de storm een naam geven. Die naam blijft dan bestaan, ook als de storm van de ene regio naar de andere gaat.

Bewust
Stormen namen geven klinkt grappig, maar dient ook een doel. Volgens Brits onderzoek zorgt een naam er voor dat mensen bewuster worden over de gevolgen van de storm en sneller actie ondernemen om schade en letsel te voorkomen.

De lijst met namen voor stormen in de regio Nederland, Verenigd Koninkrijk, Ierland.