Met een gemiddelde temperatuur in Vlissingen van 6.1 graden tegen 4.4 graden was de winter zacht en komt daarmee op de achtste plek in de top 10 zachtste winters sinds 1901. In Wilhelminadorp was het etmaalgemiddelde 5.7 en in Westdorpe 5.5 graden.

Het was voor de zesde maal op rij dat de winter zacht verliep.
Het aantal vorstdagen (minimumtemperatuur <0.0 graden) was 8 in Vlissingen, 17 in Wilhelminadorp en 25 in Westdorpe. IJsdagen (minimumtemperatuur <0.0 graden) kwamen niet voor.

De laagste temperatuur werd op 24 januari, kort voor middernacht, in Westdorpe gemeten: -8.6 graden. Op 25 en 26 januari steeg de temperatuur in Westdorpe tot 18.9 graden, een nieuw record voor de wintermaanden. In Domburg werd op de 24e zelfs 19.2 graden gemeten.

Eind maart wordt het koudegetal bepaald. Dit getal is een maat voor de koude in het tijdvak november tot en met maart. Het Hellmanngetal wordt verkregen door over dit tijdvak alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt te sommeren met weglating van het minteken. Over het tijdvak november 2018 tot en met maart 2019 bedroeg het Hellmanngetal in Vlissingen 0.8, in Wilhelminadorp 4.7 en in Westdorpe 6.3. Hiermee komt deze periode in de categorie van zeer zachte winters.

De zon scheen in Vlissingen 299.0 uren tegen 210.6 uren normaal. In Wilhelminadorp scheen de zon 277.5 en in Westdorpe 279.8 uren.
Vlissingen was het zonnigste KNMI-station, Lauwersoog was met 191 uren minder zonnig.

Gemiddeld over Zeeland viel 197.3 mm neerslag, iets minder dan de normale hoeveelheid van 200,6 mm.